Woning voor de overdrachtsbelasting

Over de vraag wanneer er sprake is van een woning heeft de Hoge Raad in een viertal arresten duidelijkheid gegeven.
Het belangrijkste criterium is of het gebouw oorspronkelijk als woning is gebouwd, ook als het later voor andere doeleinden is gebruikt. Ook als voor die andere (bedrijfs-)doeleinden
een verbouwing heeft plaatsgevonden, kan nog steeds sprake zijn van een woning. Het gebouw moet dan met relatief eenvoudige aanpassingen wel weer geschikt kunnen worden gemaakt om als woning te dienen.

Voorbeelden van woningen

  • een eigen woning
  • een 2e woning
  • een recreatiewoning
    Het maakt daarbij niet uit dat de woning niet permanent wordt bewoond.
  • een verhuurde woning
  • een bedrijfswoning
  • een tijdelijk leegstaande woning

Uitzondering: woning onderdeel van een bedrijfspand

Het 2%-tarief geldt niet voor bedrijfspanden. Voor bedrijfspanden geldt het tarief van 6%. Is in het bedrijfspand een bedrijfswoning aanwezig? Dan geldt voor dit gedeelte het tarief van 2%.

Wat hoort tot een woning?

Tot een woning behoren ook zaken die zich bevinden op de grond waarop de woning staat. We noemen dit aanhorigheden. Aanhorigheden zijn:

  • een tuin
  • een garage
  • een schuur
  • een serre
  • een aan- of uitbouw
  • een tuinhek

LET OP Vanaf 1 januari 2013 betaalt u voor zaken, zoals een tuin, garage of een schuur ook 2% als u deze later dan de woning koopt. In 2012 gold het tarief van 2% alleen voor zaken, zoals een tuin, garage of een schuur en dergelijke als u deze tegelijk met de woning aankocht.

Garage

Een garage die deel uitmaakt van hetzelfde gebouwencomplex als de woning, wordt ook tot de woning gerekend. Bijvoorbeeld een flat met onderin een garage. Ligt de garage op een apart perceel? Dan kan het tarief van 2% toch worden toegepast als de woning en de garage naast elkaar liggen en zijn aan te merken als 1 geheel. Zijn de woning en de garage niet aan te merken als 1 geheel? Dan moet het tarief van 6% worden toegepast.