Wijziging WAB per 1 juli 2021

De Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) schrijft voor dat de werkgever aan een oproepkracht na 12 maanden een vaste arbeidsomvang moet aanbieden die is gebaseerd op zijn gemiddelde uren van het afgelopen jaar. Regelt u dit niet, dan kan de oproepkracht het loon over zijn gemiddelde uren na 12 maanden opeisen.

In artikel 7:628a, lid 5 van het Burgerlijk Wetboek staat dat de termijn voor aanvaarding van het aanbod tenminste een maand is. Dit tenminste wordt uit de wet gehaald. De werknemer moet dus binnen een maand laten weten of hij op het aanbod ingaat.
De oproepkracht hoeft het aanbod niet te accepteren en kan ervoor kiezen om het contract volledig op oproepbasis voort te zetten.

Door de maand voor het aanbod én de maand voor de aanvaarding zijn er maximaal 2 maanden nodig om de vaste arbeidsduur te regelen. Het wetsvoorstel bepaalt daarom ook dat de vaste arbeidsomvang uiterlijk ingaat op de 1e dag nadat de 2 maanden zijn verstreken na de 12 maanden waarover de arbeidsduur wordt vastgesteld.
Momenteel kan een werkgever nog een aanbod doen waarbij hij voorstelt om de vaste arbeidsduur op een later moment in te laten gaan, bijvoorbeeld na een half jaar. De termijn van 2 maanden gaat vanaf 1 juli 2021 gelden.