Toezichtsplan ZZP-ers vervolg

Uit het reeds eerder genoemde Toezichtplan Arbeidsrelaties kwamen een aantal aanwijzingen aan het licht waarbij onjuist handelen werd vermoed.
Deze aanwijzingen zijn als volgt:

  • mogelijke aanwezigheid van een gezagsverhouding, terwijl er volgens de overeenkomst geen gezagsverhouding zou zijn;
  • zzp’ers die op dezelfde wijze en dezelfde werkzaamheden verrichten als eigen werknemers;
  • kernactiviteiten die worden uitgevoerd die een wezenlijk onderdeel van de bedrijfsvoering betreffen; dat zou werken in dienstbetrekking kunnen zijn;
  • er is geen vervanging van de zzp’er mogelijk of wenselijk, terwijl het gezag niet ontbreekt;
  • zzp’ers die geen mogelijkheid hebben om zelfstandig hun werk in te delen;
  • de duur van de arbeidsrelatie. Deze blijkt dusdanig lang te zijn dat het werk van de zzp’er lijkt te zijn ingebed in de organisatie;
  • er lijkt sprake te zijn van een fictieve dienstbetrekking;
  • er wordt niet conform de modelovereenkomst gewerkt.

Let op. Indien een van de genoemde punten speelt, kan er een vervolgonderzoek worden ingesteld. De Belastingdienst moet bij sancties kunnen bewijzen dat er sprake is van een van de volgende drie zaken:

  1. een (fictieve) dienstbetrekking;
  2. evidente schijnzelfstandigheid;
  3. opzettelijke schijnzelfstandigheid.