Samenwonende partners en geen testament

Samenwonende partners die geen testamenten hebben, zijn niet elkaars erfgenamen. Als een van beiden overlijdt zonder dat er een testament is, gaat de hele nalatenschap naar de meest directe familieleden van de overledene (meestal zijn ouders en de broers en zussen).

Overlijden met kinderen

Heeft de overleden samenwonende partner kinderen achtergelaten, dan gaat de gehele nalatenschap naar hen. De overige familieleden (ouders, broers en zussen) staan dan buitenspel. Dat geldt ook voor de langstlevende partner die met de kinderen achterblijft, want zonder testament is deze nog steeds geen erfgenaam.

Zijn de kinderen van de overleden partner nog minderjarig, dan wordt het vermogen van de nalatenschap beheerd door de andere partner. Als langstlevende ouder is de overblijvende partner belast met het ouderlijk gezag over de minderjarige kinderen. Dat geldt totdat de kinderen 18 jaar zijn. Als de kinderen die leeftijd hebben, kunnen ze zelf over het vermogen beschikken.

Hebben samenwonende partners een samenlevingscontract, dan kan daarin een ‘verblijvingsbeding’ worden opgenomen. De langstlevende partner is daarmee nog steeds geen erfgenaam. Op basis van deze bepaling kan deze partner wel het aandeel van de overleden partner in de gemeenschappelijke goederen opeisen. Wat daartoe behoort, staat in het samenlevingscontract, meestal het gemeenschappelijk woonhuis, de bankrekening en de inboedelgoederen.

Samenwoners die niet alleen de gemeenschappelijke goederen, maar ook het privévermogen aan elkaar willen nalaten, zullen daarvoor testamenten op moeten stellen. Of dat nodig en gewenst is, hangt af van de omvang van ieders privévermogen. De kosten voor twee gelijkluidende testamenten bij de notaris bedragen al gauw € 700,-.

Testament raadzaam bij kinderen

Voor samenwoners met kinderen is het altijd raadzaam om testamenten op te stellen. Overlijdt een van hen zonder testament, dan komt de langstlevende partner in een moeilijke positie. Deze partner kan dan namelijk niet vrij over het gehele vermogen van de overleden partner beschikken. Vaak zit daarin de (onverdeelde) helft van het woonhuis, de inboedelgoederen en de helft van de saldi van de gemeenschappelijke bankrekeningen. Daarvan zijn de kinderen samen eigenaar. Voor die waarde zal de langstlevende partner dan moeten afrekenen met de eigen kinderen.

Samenwoners kunnen testamenten opstellen waarbij de positie van de langstlevende partner nagenoeg gelijk is aan die van de langstlevende gehuwde echtgenoot. De langstlevende partner wordt dan enig eigenaar van het gehele vermogen. De kinderen krijgen een vordering op deze partner voor de waarde van hun erfdeel. De vordering is pas opeisbaar na het overlijden van de langstlevende partner.

Samenwonende partners met een contract met een wederzijdse zorgverplichting kunnen ook de hoge vrijstelling krijgen voor de erfbelasting (2018: € 643.194,-) als een van hen komt te overlijden en de overblijvende partner vermogen verkrijgt (via een testament of verblijvingsbeding) van de overleden partner.