Omkering bewijslast (horecaonderneming)

De Rechtbank Noord-Nederland heeft recent de omkering en verzwaring van bewijslast door de fiscus bij een horecaonderneming verworpen RBNNE:2015:1476.

Bij een belastingcontrole constateerde de fiscus onder andere dat de primaire vastleggingen van de verkopen ontbraken. Als een klant een bestelling deed werden de doorlopend genummerde bestelbonnen die naar de keuken gingen niet bewaard. Daardoor kon niet worden gecontroleerd of de aanslagen op de kassa juist en volledig waren. De fiscus verwierp de administratie en maakte een theoretische omzetberekening die aanzienlijk hoger uitkwam dan de omzet volgens de ondernemer.

Echter:

  1. De rechtbank overweegt dat uit vaste jurisprudentie kan worden afgeleid dat de vereiste aangifte niet is gedaan indien een aanzienlijk te lage aangifte is gedaan, zowel in absolute als in relatieve omvang. Aan de hand van de normale regels van stelplicht en bewijslast moet worden beoordeeld of sprake is van één of meer gebreken die ertoe leiden dat de volgens de aangifte verschuldigde belasting verhoudingsgewijs aanzienlijk lager is dan de werkelijk verschuldigde belasting (vgl. HR 30 oktober 2009, nr. 07/10513, ELCI:NL:HR:2009:BH1083).
  2. Verder stelt de rechtbank voorop dat eerst moet komen vast te staan dat de vereiste aangifte niet is gedaan. Pas daarna is er ruimte voor een theoretische omzetberekening als hulpmiddel voor de inspecteur om tot een juiste winstbepaling te komen. Echter, in het onderhavige geval dient verweerder eerst aannemelijk te maken dát de vereiste aangifte niet is gedaan.
    De enkele verwijzing van verweerder naar de theoretische omzetberekening is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende bewijs voor de stelling van verweerder dat de volgens de aangifte verschuldigde belasting aanzienlijk lager is dan de werkelijk verschuldigde belasting. De belastingdienst zal dit dus op een andere manier moeten aantonen.