Lijfrente uitkeren of uitstellen

Afkopen lijfrente

Als u een (nieuw regime) lijfrente voortijdig in één keer laat uitkeren, ziet de Belastingdienst dit als afkopen.
In eerste instantie betaalt u dan maximaal 52% inkomstenbelasting + 20% revisierente (boeterente) = 72% belasting.

Mogelijkheden bij niet afkopen

U kunt uw lijfrente laten uitkeren door een verzekeraar of een bank. Door een bank laten uitkeren levert meestal meer op dan door een verzekeraar. Daarnaast kent banksparen een aantal voordelen ten opzichte van een lijfrenteverzekering, namelijk lagere kosten, daardoor beter rendement en dus hogere uitkeringen, het depositogarantiestelsel is van toepassing en het wettelijk erfrecht wordt standaard toegepast indien de rekeninghouder tussentijds komt te overlijden. Het geldt verdwijnt dus nooit in de zakken van de bank.

Uitkeren vanaf leeftijd 65

Vanaf leeftijd 65 kunt u uw lijfrente via een lijfrente banksparen uitkeerrekening in minimaal 5 jaar laten uitkeren. Hierbij is het belangrijk dat u na 1 januari 2014 geen premie meer heeft ingelegd. Als u namelijk nog wel heeft ingelegd mag u het deel dat is opgebouwd na 1 januari 2014 pas gebruiken vanaf AOW leeftijd.

Uitkeren voor 65
In een aantal gevallen kunt u uw lijfrente vóór leeftijd 65 laten uitkeren. Kiest u voor een lijfrente banksparen uitkeerrekening? Dan is de looptijd van die uitkeringen minimaal tot uw 65e + 20 jaar.

Voorbeeld: u bent 60 jaar, en u wilt uw lijfrente via banksparen laten uitkeren. De looptijd van die uitkeringen is minimaal 5 jaar (leeftijd 60 tot 65) + 20 jaar = 25 jaar.

Direct ingaande lijfrente bij een verzekeraar
U kunt uw lijfrente vóór leeftijd 65 door een verzekeraar laten uitkeren via een tijdelijke oudedagslijfrente of een overbruggingslijfrente. Een tijdelijke oudedagslijfrente keert uw lijfrente uit tot minimaal leeftijd 70. Een overbruggingslijfrente keert uw lijfrente uit tót leeftijd 65 óf het jaar waarin u de AOW-leeftijd bereikt. Voor een overbruggingslijfrente mag u alleen het lijfrentekapitaal aanwenden dat op 31 december 2005 aanwezig was. Heeft u vanaf 1 januari 2006 geen premie of inleg meer voldaan, dan mag u het gehele lijfrentekapitaal aanwenden voor een overbruggingslijfrente.