Indexatie pensioen in eigen beheer

De indexatietoezegging tijdens het dienstverband

Bij de eindloonregeling blijft tijdens de opbouwfase, de indexatietoezegging op de achtergrond. Gedurende het dienstverband wordt de welvaartsvaste pensioenuitkering bereikt door uit te gaan van het laatstverdiende salaris van de DGA. Dat salaris kent doorgaans een stijgende lijn, al is het maar vanwege de gebruikelijk loonregeling waarrbij het gebruikelijke loon periodiek wordt verhoogd. Een salarisstijging leidt tot verhoging van het pensioenrecht met terugwerkende kracht over de gehele diensttijd ineens (de zogenaamde backservice).

Door voor de gehele pensioenopbouw telkens uit te gaan van het laatst verdiende loon, hoeft (en kan) er gedurende het dienstverband niet geïndexeerd te worden.

Vanuit een bedrijfseconomisch oogpunt moet al tijdens de opbouwfase worden onderkend dat het ouderdomspensioen vanaf de pensioendatum geïndexeerd wordt. In het op te bouwen pensioenkapitaal dient daarom tevens rekening gehouden te worden met die toekomstige indexatie. Op de pensioendatum dient immers een kapitaal aanwezig te zijn, dat voldoende is om (gegeven de rendementsveronderstelling) het geïndexeerde pensioen levenslang uit te keren aan de DGA.
LET OP Fiscaal mag geen rekening worden gehouden met deze toekomstige indexatielasten (3.26 – 3.29 van de Wet inkomstenbelasting 2001).

Indien het pensioen wordt uitgevoerd door een andere B.V. dan de werkgever (het zogenaamde extern eigen beheer) dan dient jaarlijks een zakelijke premie te worden betaald. Het toekomstig indexatierecht speelt daarbij een rol. Het deel van de premie dat samenhangt met de toekomstige indexatie is fiscaal niet aftrekbaar en heeft het karakter van een transitoire actiefpost bij de werkgever.

Na einde dienstverband

De pensioentoezegging bepaalt bijvoorbeeld, dat het pensioenrecht na beëindiging van het dienstverband jaarlijks geïndexeerd wordt met de door het Centraal Bureau voor de Statistiek berekende gemiddelde loonindex voor de CAO-lonen per maand, inclusief bijzondere beloningen.

Jaarlijks moet dan het pensioenrecht worden verhoogd en moet op de balansdatum een nieuwe pensioenverplichting berekend worden. Deze jaarlijkse dotatie is wel fiscaal aftrekbaar bij de B.V., evenals de advieskosten die verband houden met deze jaarlijkse exercitie.

Zou men besluiten de jaarlijkse ophoging achterwege te laten, dan kan de fiscus zich gemakkelijk op het standpunt stellen dat de DGA heeft afgezien van (een deel van) zijn pensioen. Het gevolg is een progressieve heffing over de gehele waarde van de pensioenaanspraak ineens, met een revisierente van 20%. Aldus kan in voorkomende gevallen de heffing oplopen tot 72% van de commerciële pensioenvoorziening.

Conclusie

In de opbouwfase speelt het indexatierecht een rol in de commerciële pensioenberekeningen. Fiscaal mag er gedurende het dienstverband geen rekening gehouden worden met de toekomstige indexatielasten. Indien het pensioen wordt afgestort naar een verzekeringsmaatschappij komt het indexatierecht tot uitdrukking in de koopsom. De premie die verband houdt met het indexatierecht is dan wel aftrekbaar. De indexatietoezegging is een element wat er voor zorgt dat de commerciële waarde van het pensioen afwijkt van de fiscale waarde.

Lees meer in: Pensioenen