Belastingplan 2017 versnelde teruggave oninbare btw

Indien een eerdere verzonden btw-factuur voor geleverde goederen of verrichte diensten geheel of gedeeltelijke niet werd betaald, dan ontstond voor de ondernemer die de goederen leverde of de dienst heeft verricht recht op teruggaaf  van de door hem afgedragen btw. 

Dat kon tot en met 2016 alleen door middel van een afzonderlijk schriftelijk verzoek aan de belastingdienst met onderbouwing van het oninbaar zijn van de desbetreffende vordering(en).
Met ingang van 2017 kan dat in de reguliere btw-aangifte.

Bovendien kan dat voorheen als volstrekt duidelijk was dat de factuur (gedeeltelijk) oninbaar was.
Conform het belastingplan ontstaat het recht op teruggaaf eerder, namelijk op het moment dat de niet-betaling komt vast te staan. Anders gezegd, als een afnemer maar 60% van het factuurbedrag betaalt, kan de leverancier/dienstverrichter direct 40% van de eerder gefactureerde btw bij de Belastingdienst terugvragen.

LET OP Met ingang van 2017 moet de btw worden teruggevraagd binnen 1 jaar na het opeisbaar zijn van de vordering. Voor de afnemer geldt dezelfde termijn.

LET OP Als achteraf toch nog een deel van het factuurbedrag wordt ontvangen, moet de btw daarin alsnog bij  de Belastingdienst worden aangegeven en afgedragen.

Deze hiervoor beschreven maatregel gaat ook gelden bij annulering, verbreking of ontbinding van de overeenkomst  die heeft geleid tot de btw-factuur.

Factoring

Bij factoring treedt de factormaatschappij in de plaats van de ondernemer. Dat moet de factormaatschappij dus nog wel per brief doen.

Overgangsrecht

Voor vergoedingen die opeisbaar zijn geworden in 2016 en voorgaande jaren, wordt geacht de één-jaarstermijn te zijn gestart op 1 januari 2017. Voor deze vorderingen kan dus btw-teruggaaf worden verkregen op 1 januari 2018 (dus in de eerste aangifte van 2018).
Als al eerder duidelijk is dat de vordering niet wordt betaald, dan kunt u op dat eerdere moment de omzetbelasting terugvragen ongeacht de oorspronkelijke factuurdatum. Wel moet je dan net als bij de oude regeling bewijsstukken van oninbaarheid overleggen (in 2017).