Bedrag op G-rekening te storten

Eén van de belangrijkste aspecten bij het werken met een G-rekening is de hoogte van het op de G-rekening te storten bedrag.
LET OP Schat dit bedrag zorgvuldig in en legt dit vast in de overeenkomst met de onderaannemer. Dat kan zijn een deel van de aanneemsom of een bedrag op uurbasis. Een handig hulpmiddel hierbij is de stortingstabel die Bouwend Nederland heeft ontwikkeld.

Bepalen bedrag storting G-rekening

De aannemer mag in principe zelf bepalen welk percentage van het loon uit de aanneemsom op de G-rekening wordt gestort. Het is toch verstandig hierover afspraken te maken in de overeenkomst met de onderaannemer.

Idealiter komen de te storten bedragen precies overeen met de werkelijk te betalen loonheffingen. Het bedrag van de loonheffingen is namelijk het bedrag waarvoor de (hoofd)aannemer aansprakelijk gesteld kan worden. Om dit bedrag te bepalen zou de onderaannemer een open calculatie van de aanneemsom moeten overleggen, waaruit de loonkosten blijken van zijn werknemers die betrokken zijn bij het project. Dit blijkt echter in de praktijk vaak onuitvoerbaar.

Daarom wordt het loonkostenbestanddeel veelal gebaseerd op een grove schatting. Deze schatting is gebaseerd op ervaring en is mede afhankelijk van de aard van de werkzaamheden.

Methoden om het stortingsbedrag vast te stellen

1. Een (vast) percentage van de factuurbedragen op grond van de schattingen die zijn gemaakt bij het aangaan van de aanneemovereenkomst.

2. Een percentage van het loonkostenbestanddeel van de daadwerkelijk gefactureerde werkzaamheden.

De eerste methode is het meest eenvoudig. Via de tweede methode kan het bedrag aan verschuldigde loonheffingen van de onderaannemer echter betrouwbaarder worden vastgesteld. Door namelijk uit te gaan van de werkelijke factuurbedragen kan aan de hand van mandagenregisters de belasting- en premiebedragen nauwkeuriger worden vastgesteld. Met name wanneer er veel overwerk heeft plaatsgevonden is de tweede methode exacter.

Stortingstabel

Analyse van een aantal contracten door Bouwend Nederland heeft in een aantal indicatieve percentages geresulteerd, die hieronder volgen.

Indicatie loonkostenbestanddeel in % van de onderaanneemsom

a. Metselbedrijven – 90%
b. Vlechtbedrijven – 45%
c. Voegbedrijven – 90%
d. Schilders – 68%
e. Loodgieter – elektra – cv – 45-55-45%
f. Grondwerken – 33%
g. Timmerbedrijven – 50%
h. Stukadoors – 83%
i. Staalconstructiebedrijven – 50%
j. Tegelzetters – 55%
k. Vloerenleggers – 80%
l. Stratenmakers – 45%
m. Slopers – 50%
n. Dakdekker – 40%

De bovenstaande percentages zijn indicaties. U zult in iedere concrete situatie zelf (in overleg met de onderaannemer) op basis van de feiten en omstandigheden een percentage moeten vaststellen wat u gaat storten op de G-rekening.